Het moet één van mijn hoofdactiviteiten geweest zijn toen ik 7 was: de tuin in, schop in de hand en graven maar. We hadden elk een aparte put trouwens, mijn zus en ik. Geen discussies over wie er eerst mag, wie er wint, wie de beste krijgt. Elk een put, klaar. Mijn ouders vonden het helemaal ok: we waren bezig, we waren buiten en we zagen er gelukkig uit. De enige mentale inspanning die ze moesten leveren, was afstand doen van hun droombeeld van een perfect gazon en verdragen dat er zandsporen getrokken werden van de achterdeur tot boven op de ‘tapis-plain’. Het bleek haalbaar, putten graven werd nooit in twijfel getrokken tijdens de gesprekken aan de eettafel, waarvoor dank.

Zo evident en haalbaar het toen leek, zo vreemd, bijna excentriek lijkt het nu. Ik zie het nog zelden, kinderen die putten graven, in volle overgave, tong uit de mond. Voor de duidelijkheid: we hebben het hier over graven in de aarde, the real deal. Niet over dat kleurloze, mulle zand in een blauwe schelp. Aarde maakt het echt. Eerst doorheen de graszoden, daarna een vlotte laag, goed voor het vertrouwen en voor snel resultaat.

En dan de uitdagingen: stugge wortels van de nabijgelegen struik, een verloren gelopen grote steen, hardere grond… Af en toe een dilemma: dieper graven maar te smal, of eerst wat verbreden ondanks de instortende wanden. Moeilijke keuzes voor een 7-jarige. Gelukkig is er vreugdevolle afleiding: de langste regenworm die je ooit hebt gezien, een duizendpoot, de berg naast de put die groter wordt. Zullen we helemaal tot in China graven?

Bij voorkeur is het trouwens een langer proces. Weken lang graven! Eens een dagje niet zelfs. De schop van de zus testen wanneer ze er niet is, graven in de regen, in je put staan en checken of je er nog boven kan kijken. Heb ik het al gehad over de verdere fases? Planken gebruiken om te stutten of als brug, kussens erin en stoer comfortabel liggen, autootjes en dino’s die alles inpalmen, emmers water gieten en de modder door je tenen laten kruipen. Ik zag ooit 10-tallen kinderen in hun zelf gegraven ondergrondse kampen zitten, verbonden met tunnels. Heerlijker wordt het niet.

Putten graven werd nooit
in twijfel getrokken,
waarvoor dank.

Waarschijnlijk dient het zelfs tot iets, dat putten graven: het is gezond, creatief, actief, fantasierijk… Mooi voor je ontwikkeling, voor later. Maar dat doet er eigenlijk niet toe. Graven om te graven. Hier en nu!

Laten we het dus stimuleren. Veel is er niet nodig: onze goedkeuring om te mogen graven, een goeie schop, wat hulp bij de lastige stukken… Misschien moeten wij wel de aanzet geven. Hen prikkelen en wat meespelen, er een laagje fantasie opgieten.

Simpel, maar mag en kan het nog? Vinden we thuis onze buxus en propere vloer belangrijker? Gaan we helemaal clean en veilig in de kinderopvang met kunstgras? Blijven we vasthouden aan betonnen schoolspeelplaatsen? Of durven we vertrekken vanuit de kinderen en proberen we de speelse geest van begeleiders, ouders, leerkrachten en beleidsmakers open te trekken? Geloof het of niet: het zijn wij als volwassenen die dat beslissen.

En intussen brainstormen wij gezellig verder: een Belgisch kampioenschap putten graven, gratis vrachtwagens aarde verdelen, een weekend ‘graven voor alle leeftijden’, een eigen ‘minister van putten graven’?

Of stel ons gewoon gerust, en deel een foto van jouw gravende kinderen met ons. Vuile nagels, stoere blik en brede glimlach inclusief☺.

Tags

Buiten spelen  | 

Vuil  | 

Avontuurlijk

bril